Licht aan het eind van de tunnel

“Gaat u maar zitten.” De bedrijfspsycholoog maakte een uitnodigend gebaar en Marijke zakte neer. Met lege ogen staarde ze naar de iPhone die de bedrijfspsycholoog naast zich had neergelegd en schudde vermoeid haar hoofd. Ze was er nog steeds niet overheen en dat was dan ook de reden dat ze bij de bedrijfspsycholoog moest komen.

“Mijn naam is Ham,” zei de man bijna verontschuldigend. “En u bent Marijke de Sint?”

“Smid. Ik ben de Sint niet,” antwoordde Marijke terneergeslagen. “Was ik dat maar.”

”Hmm. Natuurlijk,” antwoordde Ham. “Ik heb begrepen van de baas, Mijnheer Hammerhals, dat u niet meer zo goed functioneert op de werkvloer. Kunt u dat uitleggen?”

Marijke de Smid sloeg haar ogen op en gluurde naar de dikke psycholoog die met zijn vinger in zijn oor zat te peuteren.

“Ik kan niet goed meer meedraaien,” zei ze tenslotte met een vlakke stem. “Mijn handen trillen voortdurend en ik denk steeds dat ik gebeld word. Dan hoor ik de ringtone van een iPhone. ‘T is net echt, maar dat is onzin want ik heb helemaal geen iPhone.”

“Oh!,” sprak Ham meewarig. “Ik kan u er toch beslist een aanraden hoor.” Hij streek liefkozend over het apparaatje naast hem op het buro. “Ik zou niet zonder kunnen. Mijn email, Facebook en het internet…Ik gebruik dat ding voortdurend. Misschien dat het uw stress wat zou kunnen wegnemen.”

Marijke keek hem aan met een gepijnigde blik. Maar Ham zag het niet. Hij ging zo op in zijn geliefkoosde telefoon dat hij ook niet zag dat er een grote traan over Marijke’s wang biggelde en op zijn buro uit elkaar spatte.

“En,” ging hij verder, terwijl hij in een rapport bladerde, “Hier staat dat u zelfs aan de lopende band loopt te vechten. Wat denkt u daar mee te bereiken?” Hij keek op en staarde naar Marijke die net haar gezicht had drooggeveegd.

“Ik vecht niet aan de lopende band,” verweerde Marijke zich. “In dat rapport bedoelen ze dat ik eens, op een middag toen ik aan de lopende band moest staan, die vrouw uit Elspeet een paar rake klappen heb verkocht. Dat was maar één keer. En het was haar eigen schuld.” Marijke beet op haar lip. “Dat mens zat voortdurend te bellen met haar iPhone. Ik werd er helemaal gek van. Elke keer als er even niets te doen was pakte ze dat ding op en zat ze er mee te pronken. Toen sloegen de stoppen bij me door.”
“Hmm,” sprak Ham. “Ik begrijp het. Staat u thuis onder stress misschien? Huwelijksproblemen…Ziekte in de familie of een weggelopen kat?”
Nieuwe, zoute tranen dienden zich aan en Marijke schudde haar hoofd. “’T is veel erger mijnheer Ham.”
“Erger?”

“Ik zat vorige maand in bad en eh…toen…eh…”

“En wat?”

“Mijn iPhone. Dit lag naast me op de reling, maar ik was zo in gedachten verzonken dat ik die verwisselde met mijn stuk zeep. Hij was direct stuk…” Marijke kon haast niet meer uit haar woorden komen en haar schouders schokten van ellende.

”Ik heb het geld niet voor een nieuwe. Daar komt de stress vandaan.”

Ham keek haar geschokt aan en griste zijn eigen iPhone direct van tafel en drukte het kleinood beschermend tegen zijn warme lichaam. “Dat is vreselijk, Mevrouw de Sint.”
“Smid,” kreunde Marijke terwijl ze in tranen uitbarstte “Ik ben Marijke de Smid, het meisje zonder iPhone.” Toen ze weer wat tot bedaren was gekomen keek ze Ham verdrietig aan. “Is er nog hoop?” vroeg ze met gebroken stem.

Ham schuifelde zenuwachtig met zijn voeten en zei toen met een grafstem: “In al mijn jaren als psycholoog ben ik dit nog niet tegengekomen. Maar misschien…” hij keek verheugd op, “… kunt u een iPhone leasen van het bedrijf. Ik zal er met Hammerhals over praten. Als bedrijf staan we tenslotte maar wat graag klaar voor onze werknemers en weet u Mevrouw de Sint, er is altijd licht aan het eind van de tunnel. Altijd.”